Baai van de Somme

         De Baai van de Somme is het grootste estuarium van het Noorden van Frankrijk van bijna 7200 ha. De enorme riviermonding naar het Kanaal, van meer dan 5 kilometer, van noord tot zuid, zorgt voor exceptionele landschappen, al naar gelang de getijden en de seizoenen, waar lucht, aarde en zee zich vermengen in kleurschakeringen en een subtiele lichtval.
Honderden soorten vogels strijken hier neer van hun trektocht, voor enkele uren of voor een heel seizoen; weer anderen er het hele jaar door leven, zoals de "Tadornes de Belon", aangezien ze overvloedig en gevariëerd voedsel aantreffen op het strand, op de oevers van de watervlaktes en in de moerassen, de duinen of de zoutpannen. Een wandelgebied dat voortdurend verrassend is. De Baai van de Somme bevat een deel wat voornamelijk uit grasland bestaat van ongeveer 1500 ha en een deel wat voornamelijk uit zand en kwelder bestaat, waarvan 3000 ha tot een Natuurreservaat behoort (Le Marquenterre). Het is bij uitstek een gebied waar men uitstekend kan observeren, waar u de flora en de vogels in alle verscheidenheid kunt ontdekken, maar tevens een kolonie zeehonden die zich er gevestigd heeft. De Somme, ontstaan uit de bron van l’Escaut, ten noorden van Saint-Quentin in het departement Aisne, stroomt 245 kilomètres voor dat ze in zee uitmondt. Ze heeft een vallei geschapen die zo groot is dat deze zich verliest in de talloze moerasssen en meertjes en zo de wandelaar een onovertreffelijke rijke schoonheid aan landschap aanbiedt. De landschappen veranderen voortdurend : de weilanden die op de rietvelden volgen, de populierenbossen, de wilgen, de velden, de moerassen en de meertjes. In de herfst, als er lichte mist is, ontstaat er een werkelijk feëriek tafereel van kleuren : het groen, oker, bruin en rood van de bladeren en de aarde vormen een magisch juwelenkistje rond het uitgestrekte water.
Tijdens de zomeravonden ademt de vallei de wilde parfum uit van mint en water. Slechts het kwaken van de kikkers en een enkel lied van een vogel verbreekt de stilte.
De vallei is een paradijs voor vissers en wandelaars. De meertjes, natuurlijk of gemaakt, zorgen voor lommer op het heetste moment van de zomerse dagen. In de diepten van de Haute Somme bevindt zich een overvloed aan verschillende vissen: baarzen, snoeken, en palingen. De diepe waterwegen volgen het doolhof van de rivier en de moerassen. Soms stromen kleine kronkelige waterstroompjes over de oevers van het plateau en kan men de kammen van de golven en de lappendeken van rietvelden, moerassen en bosjes waarnemen. De dorpen strekken zich uit over de lengte van de vallei of bevinden zich op de krijtrotslaag van de kust.
Péronne, Amiens et Abbeville zijn in bij uitstek de "brugplaatsen" waar de geschiedenis nauw geliëerd is aan de rivier. Op de hoogvlaktes, zoals in Picquigny, vertellen de torens van de kasteelforten over de tijden waarin de Somme de grens was van het Franse Koninkrijk. Veel vrediger zijn de klokketorens van de vele flamboyante gothische kerken of de kastelen van de XVIIIe eeuw die men onderweg tegenkomt. In Samara, een prehistorisch park, laat de vallei 600 000 jaar van geschiedenis zien.
        
          Source: www.somme-tourisme.com